Deze week: een ode aan Uitwedstrijddag.

Leroy, tijd en zin om mee te doen dit weekend?

Moeten we uit of thuis?

Uit.

Tijd wel, maar geen zin.

Leroy had vandaag een potje kunnen ballen. Maar Leroy heeft geen zin. Nou ja, dat had hij wel, maar hij had vooral zin om op z’n fiets te stappen, zich om te kleden, een potje te ballen en er als een hockeyer weer ongedoucht vandoor te gaan. Nu moet –ie uit. En dat is te veel moeite. Leroy haat de uitwedstrijd. Omdat –ie blijkbaar iets beters te doen heeft. Maar Leroy heeft het mis; op dagen als deze worden verhalen gemaakt.

Oké, in sommige gevallen heeft Lee gelijk: misschien kost het te veel tijd en is Uitwedstrijddag helemaal niet zo spannend. Als je van tevoren zelf al uitzoekt tegen wie je moet bijvoorbeeld. Als je al weet wie er met de auto gaat en de route naar de tegenstander al op de navigatie is ingetikt. Of als heel het team de opstelling al weet, omdat iedereen altijd op tijd is en niemand zich verslaapt en de trainer de voorbespreking waarin -ie de tegenstander al helemaal Wikipediaans heeft doorgelicht een week van tevoren al heeft gedaan. Dat kan. Dan is de uitwedstrijddag inderdaad bokkesaai. Voorspelbaar. Geen ruk aan. Kun je net zo goed thuisblijven. 

Maar het ideale scenario voor een prachtige Uitwedstrijddag is niet saai. Het is een perfecte voetbaldag vol imperfecties. Met onvoorspelbaarheid. Met spanning. Een dag die balanceert tussen geluk en bittere teleurstelling. Een dag waarop alles nét goed gaat of nét verkeerd. Een dag waarop de aanvoerder net op tijd wakker wordt, snel uit z’n nest te kruipt en z’n tas pakt, maar in alle haast z’n voetbalschoenen vergeet. Waarop gelukkig net genoeg auto’s zijn geregeld, waarvan – blijkt bij vertrek – twee Smarts. Waarop er met enig proppen gelukkig precies zes man in de Twingo van de vlagger past, maar iemand achterin drie uur geleden Grieks heeft gegeten, de bestuurder onderweg enorme diarree krijgt en de raampjes niet open blijken te kunnen. Of de dag waarop iedereen keurig op tijd op het sportpark van de tegenstander arriveert, maar de tas met tenues nog keurig op de parkeerplaats van de thuisclub staat. Het zijn de onvolkomenheden, de blundertjes, de vergissingen. Zij maken de dag van de Kelderklassiaanse uitwedstrijd.

Op de beste Uitwedstrijddag loopt alles net even iets anders. En daarom kunnen we ons maar beter niet voorbereiden. Laat het gebeuren. Op je af komen. 

Een klein stappenplan voor een perfecte imperfecte Uitwedstrijddag:

  1. Stop met het van tevoren checken tegen wie je moet, waar die club ligt en hoe je daar moet komen. Laat die tellie eens in je broekzak. Het is echt niet zo dat er in de Keldercompetities van ons land drie uur moet worden gereden om bij de tegenstander te komen. Check hoogstens de avond van tevoren effe snel hoe laat of vroeg je moet ballen, zodat je weet hoeveel tijd je hebt om enorm dronken te worden in de nacht, maar verzamel een paar uurtjes later gewoon op de afgesproken tijd op je eigen sportpark voor een slappe bak bekende kantinekoffie en stap met z’n allen in de auto zonder te weten waar je heen moet.
     
  2. Check pas in de auto tegen wie je moet. Om daarna met z’n allen heel hard te juichen. Omdat jullie nog weten dat de appetijtelijke dochter van de voorzitter bij die club achter de bar staat en ze daar aan het frietloket de befaamde Superbal verkopen. Juich omdat het pontje weer eens genomen mag worden onderweg of de douches daar zo fijn zijn. Of huil samen. Keihard. Omdat jullie nu al weten dat de ene helft zich straks om zal moeten gaan kleden in één van die veel te kleine donkere stinkbunkers en de andere helft buiten zal moeten gaan staan op handdoeken en kratjes. En omdat jullie nu al opzien tegen het einde van de wedstrijd, omdat jullie jezelf dan waarschijnlijk zullen moeten gaan wassen onder die vooroorlogse douchekopjes met lauwe flauwe straaltjes die aanvoelen alsof de tegenstander zachtjes in je nek staat te zeiken.
    Start de motor en vlam de automuziek aan. Omdat nergens de muziek zo mooi klinkt als door beukende hoedenplankspeakers in een veel te volle, klamme, kleine auto met aangeslagen ruiten die rijdt richting een onbekend sportpark. 
    Rijd zonder navigatie naar die dorpsclub. Volg wat borden, mis afslagen, rijd verkeerd, keer om, eet een worstje bij de slager, koop een bosje bloemen voor de barvrouw en verdwaal in gehuchten waar je nooit eerder van hebt gehoord. 
    Stop bij aankomst in het dorp bij de eerste de beste grijze man of vrouw met hond of boodschappen. Draai allemaal een raampje open als dat kan en stel de vraag: ‘Kunt u ons iets vertellen over de plaatselijke VV?’ Ik garandeer je: niets is mooier dan vragen naar de weg. 
    Voetbal, win, verlies en douche met een glimlach.
    Bestel veel bier in de kantine van de tegenstander, pak de microfoon, praat met een supporter, jat een beker mee en vertrek. 
  3. De naam van de speler in het artikel is verzonnen, het had ook zo maar Sjaak kunnen wezen of Bram!
Show Buttons
Hide Buttons
error: Content is protected !!